‘Met de fiets de ultieme vrijheid ervaren’

Op de fiets springen, voetgangers ontwijken, door het verkeer laveren, mobiel zijn… het is voor ons zó gewoon dat niemand ervoor applaudisseert. Maar is het wel zo vanzelfsprekend? We vroegen het drie vrouwen die hun roots hebben in andere landen. Een gesprek over verwondering, vrijheid en mobiliteitsgeluk. 

Tracy Metz komt uit Los Angeles, autostad bij uitstek. Na haar studies Frans en Spaans wilde ze Europa bezoeken. Een ticket naar Amsterdam was toen, in de jaren zeventig, de goedkoopste optie. “Mijn eerste kennismaking hier was meteen een openbaring. Het kleinschalige maakt lopen of fietsen door een stad gemakkelijker. En leuker: je komt sneller bekenden tegen. Kinderen durven hier te fietsen en zelf op de tram te stappen. Dat geeft ze een enorme vrijheid en zelfstandigheid. Als kind moest ik wachten tot ik werd gebracht of gehaald, verschrikkelijk. En altijd onder toezicht. Dat wil je als tiener toch niet meer? Ik ervoer dat toen als een enorme inperking in mijn vrijheid, zonder te weten dat het ook anders kon.” Na een tijdje rondreizen door Europa en Azië besloot Tracy terug te gaan naar Amsterdam en daar te blijven. Ze kreeg een baan als redacteur bij het Parool. Nu werkt ze onder meer als journalist voor NRC Handelsblad en is zij presentator en auteur van boeken over ruimtelijke vraagstukken.

Tracy Metz

Bijna miljoen keer sterven
Ook Stephanie Hughes woont in Amsterdam, maar komt voor werk nog wekelijks in Rotterdam. Ze is half Egyptisch, half Libanees, studeerde architectuur in Beiroet en solliciteerde in 2007 als 22-jarige bij het Office for Metropolitan Architecture (OMA), het bureau van architect Rem Koolhaas. “Ik dacht: dat wordt een baan in New York. Maar ik kreeg een uitnodiging voor een gesprek in Rotterdam. Ehhh, Rotterdam? Toen ik hier eenmaal kwam, vond ik het zo geweldig dat ik er niet meer weg wilde.” Ze kreeg overigens de baan en nam van een collega meteen een vouwfiets over. Maar het fietsen met kleine wielen viel haar zo zwaar dat ze de fiets diezelfde dag weer verkocht. Na vijf jaar Rotterdam startte Stephanie haar eigen architectenbureau in de hoofdstad. “De nabijheid van Schiphol maken mijn internationale bezoeken gemakkelijker. Daar kocht ik weer een fiets, zette het zadel zo laag mogelijk en dook meteen het verkeer in. Ik ‘stierf’ bijna een miljoen keer, maar na zeven jaar fietsen ben ik er nog steeds”, lacht ze. “Het biedt je vrijheid en je bent overal in de stad sneller dan met ander vervoer. Bovendien is het een vorm van sporten.”

Gescheurde broek na val
Voor Cemile Sezer ligt de eerste ervaring met fietsen anders. Cemile komt uit Dersim, in het Koerdische deel van Turkije. Haar vader was ondernemer en had eind jaren tachtig een business opgezet in Nederland. Toen in die tijd de gewapende strijd tussen Turken en Koerden uitbrak, gebood pa zijn twee dochters, onder wie Cemile, naar Nederland te komen. “Dat had een enorme impact. In Dersim waren wij een bekende familie, hier waren wij anoniem. Dat betekende veel investeren. Ook in jezelf, waarbij ik van het beste uit beide werelden mijn eigen cultuur heb gecreëerd.” Nu is Cemile eigenaar van ‘Sezer voor diversiteit’, een Rotterdams adviesbureau dat zich bezighoudt met diversiteit en sociale vraagstukken. “Als vijftienjarig meisje wilde ik hier meteen leren fietsen. Ik droeg toen graag leren kleding. Maar tijdens het eerste fietsrondje viel ik, scheurde mijn broek en schaterden de omstanders. Vanaf die tijd heb ik nauwelijks meer gefietst. Het leverde bijna een trauma op.”

Met voorwiel in de tramrails
Veel later ging Cemile met een vriendin naar de Veluwe waar de vriendin haar leerde fietsen. “Maar dat is toch anders dan met het drukke verkeer van de stad om je heen. En bovendien heb ik het openbaar vervoer voor de deur.” Als directeur van een bureau dat vrouwen stimuleert mobiel te worden en hen leert te fietsen, beseft Cemile dat ze eigenlijk niet kan achterblijven. “Daarom ben ik nu een van de cursisten van zulke fietstrainingen”, lacht ze. “Kan ik straks eindelijk met mijn man, dochter en zoon die vrijheid ervaren.” Voor Tracy was het fietsen een betovering. “Ik herinner mij goed de eerste keer bij iemand achterop. Ik hoefde niets te doen, zweefde door de stad, zag alles, hoorde alles en ervoer de stad als heel dromerig; een indrukwekkende mobiliteitservaring. Als kind had ik wel leren fietsen, maar in Los Angeles doe je dat in het park of op de stoep, niet in het verkeer. De eerste keer dat ik zelf ging fietsen was ik enorm op mijn hoede. En natuurlijk kwam ik met mijn voorwiel in de tramrails terecht. Lessen als deze waren hard, maar zoiets gebeurt mij geen tweede keer. Het fietsen in het verkeer ging dus niet zonder kleerscheuren. Maar het is leuk, het is gratis en het is buiten.”

links: Cemile, rechts: Stephanie

Fiets gestolen
“Met fietsen bepaal je je eigen tijd en tempo. Je stapt op en je gaat maar”, vervolgt Tracy. “Een leuk verhaal is dat ik in het begin niet gewend was mijn fiets op slot te zetten. Ik zette mijn fiets bij een paal en deed het fietsslot om mijn zadel. Iemand zei: ‘dat moet je niet zo doen, want een dief kan dat slot gewoon van het zadel afhalen’. Uit gewoonte deed ik het later nog een keer, en ja, toen was mijn fiets weg. Maar het is de enige keer dat mijn fiets is gestolen.”

Meer aandacht voor fietsen
Zowel Tracy als Stephanie en Cemile komen nog geregeld in hun land van herkomst. Zien dus ook de verschillen in mobiliteit. “Los Angeles is één van de steden met het grootste programma rond fietsdelen ter wereld. Mensen kunnen er best veel met de fiets doen, naar de bibliotheek, de winkels, je vrienden, maar het zou gewoner moeten zijn. Met het fietsdelen wordt het bewustzijn in gang gezet. En LA is een stad die prat gaat op alles wat hot en new is, dus de belangstelling voor fietsen als nieuwigheid is al best groot. Amerikanen die gaan fietsen vinden het een verademing dat ze niet meer altijd in de auto hoeven te stappen, het verkeer moeten bevechten, een parkeerplek moeten vinden.”

Stiekem fietspaden schilderen
In Beiroet is er nog een lange weg te gaan. Stephanie: “Het verkeer is er een jungle. Er is nauwelijks openbaar vervoer, alleen taxi’s die je al dan niet met anderen deelt. En verder vooral veel auto’s. De spits duurt er 24 uur per dag. Ik heb meegemaakt dat ik over een traject, zo lang als de Coolsingel, vier uur heb gedaan. Vertel ik vrienden dat ik hier fiets, dan hebben ze medelijden met mij. Ze beschouwen fietsen als minderwaardig. Volgens de mensen daar behoort fietsen tot een aspect van de lagere klasse.” Cemile: “In Turkije groeit de aandacht voor fietsen, vooral dankzij bepaalde groepen vrouwen die er actie voor voeren. De intellectuele elite ontdekt de fiets als gezond alternatief. En je ziet in de kleinere steden, maar ook in bijvoorbeeld Istanbul, dat er langzaamaan steeds meer fietspaden komen.” Tracy: “In steden als Boston en New York wordt ook steeds meer gefietst, maar het is nog flink avontuurlijker dan hier. Je moet er met de auto strijden om voorrang. Er zijn een soort guerrilla-achtige bewegingen gaande die ’s nachts schilderend op het wegdek fietspaden maken, zodat automobilisten zich realiseren dat ze niet de enige weggebruikers zijn. Dat is het verschil met Nederland: hier is iedere automobilist ook fietser. Daar niet. Daar gooit iemand zomaar z’n portier open zonder te beseffen dat er ook een fietser kan aankomen. Mensen hebben er een fiets voor de sport, niet voor het verkeer.”

Mobiliteitsgeluk: de sleutel tot…
Tot slot mobiliteitsgeluk. “Het is een stuk rechtvaardigheid. Het feit dat mobiliteit voor iedereen, zonder onderscheid in klassen, toegankelijk is. Voor de vrouwen die nu via Sezer fietslessen volgen, gaat de wereld verder open. Ze ervaren het fietsen als een feest”, zegt Cemile. “Nederlanders vinden het vanzelfsprekend toegang te hebben tot mobiliteit, maar er zijn ook nog mensen die dat niet of nauwelijks hebben. Voor mij is mobiliteit de sleutel tot veel zaken die bijdragen aan geluk: kwaliteit van leven, persoonlijke ontwikkeling, educatie, werk, vrijheid en gezondheid, om maar iets te noemen”, vult Stephanie aan. “En het feit dat fietsen hier zo gewoon is”, zegt Tracy. “Geen ding waarvoor je speciale kleding gaat aantrekken. Amerikaanse vrienden wisten dat wel, maar pas hier zagen ze dat ook ministers fietsen en dat je mensen in hun ‘gewone’ kloffie op de fiets naar het werk ziet gaan. En ik? Ik moet er niet aan denken om de hele dag van hot naar her met high heels te lopen. Maar de fiets maakt het mij mogelijk om wel die hoge hakken te dragen.”

Over ons

De Verkeersonderneming is in 2008 opgericht door het ministerie van Infrastructuur & Waterstaat, gemeente Rotterdam, Metropoolregio Rotterdam Den Haag en het Havenbedrijf Rotterdam, met als doel het bereikbaar houden van (haven, stad & regio) Rotterdam.