Smart Mobility gaat niet alleen over doorstroming

Werken aan mobiliteit gaat niet meer uitsluitend over het verbeteren van de verkeersdoorstroming, het gaat ook over de samenwerking met bewoners, werkgevers en ondernemers om zo bestemmingen toegankelijk te maken voor iedereen. Rechtvaardige mobiliteit en mobiliteitsgeluk zijn de sleutelwoorden van vandaag en morgen. Het verhaal van een visionaire matchmaker.

Rotterdam is een metropool in beweging. Met hard werken, met experimenteren en met het omarmen van nieuwe inzichten en onorthodoxe maatregelen. Vooral niet te lang discussiëren over wel of toch maar niet… Gewoon doen: geen woorden, maar daden. Het is de mentaliteit die voortkomt uit het DNA van de Rotterdammer. Die visie en instelling zorgde ervoor dat De Verkeersonderneming ook in korte tijd veel bijzondere resultaten wist te boeken, maar nog belangrijker, de visie op mobiliteit in de regio heeft veranderd.

Beloond spitsmijden
Het werk van De Verkeersonderneming begon tien jaar geleden. De initiatiefnemers wilden een organisatie waarin alle overheidslagen en andere stakeholders vertegenwoordigd zouden zijn. Binnen enkele maanden was De Verkeersonderneming een feit. Een nieuw ontwikkeld programma moest ervoor zorgen dat de haven bereikbaar zou blijven, ook tijdens de verbreding van de A15. Het programma was tevens gericht op het bereikbaar blijven van de toekomstige Maasvlakte 2, toen nog open zee. Het betrof een geografisch klein gebied, maar wel met een duidelijke opgave: de A15 berijdbaar en de haven bereikbaar houden. Ook toen werden daarvoor diverse baanbrekende maatregelen genomen. “Met ‘beloond spitsmijden’ legden we de kiem voor latere experimenten en innovaties”, zegt Hans Stevens, Programmamanager Mobiliteit en Gedrag bij De Verkeersonderneming.

Meer durf en slagkracht
Twee jaar later verplaatste de focus zich ook naar de stad. In 2010 werden plannen concreter voor de nieuwe wet Milieubeheer. Die stelde dat werkgevers maatregelen moesten nemen op het gebied van mobiliteitsmanagement. Ze moesten daarmee het reisgedrag van hun werknemers beïnvloeden. Deed je dat niet, dan liep je de kans je vestigingsvergunning kwijt te raken. Het leidde tot een Taskforce waarin werkgevers en overheden samenwerkten aan het verminderen van werknemers in de spits. Het programma in Rotterdam werd Slim Bereikbaar genoemd. De Verkeersonderneming nam de uitvoering ter hand en vertaalde het al voor de haven ontwikkelde instrumentarium naar de stad. “Al eerder zagen wij dat de markt op een andere manier met dit soort zaken kan omgaan. Marktpartijen hebben durf en slagkracht om de problematiek rond mobiliteit aan te pakken.”

Marktplaats voor Mobiliteit
“Uit onderzoek wisten we echter ook dat er in de private sector meer geld voor reiskostenvergoedingen omging dan in de publieke sector beschikbaar was, en dat een deel daarvan inefficiënt werd ingezet”, zegt Stevens. “Zo was het vrij gebruikelijk dat een werkgever een ov-abonnement gaf voor zeven dagen per week. En dat terwijl de werknemer maar drie dagen naar kantoor moest. Onze bronnen beschreven dat de werkgevers zo’n tien procent van al dat geld ineffectief gebruikten. Ze konden dus fors geld besparen. En welke ondernemer veert daar niet van op? Zo ontstond het idee om aan de andere kant van de markt aanbieders te zoeken die slimme mobiliteitsoplossingen konden aanbieden. Aanbieder versus afnemer: de Marktplaats voor Mobiliteit. En met De Verkeersonderneming als marktmeester en matchmaker.”

Duurzame gedragsverandering
Werkgevers hadden dus belangstelling voor nieuwe mobiliteitsdiensten, zeker als zij daarmee geld konden besparen. De Marktplaats voor Mobiliteit werd een volgend experiment, zoals het spitsmijden in de haven ook een eerder experiment was. Stevens: “Rond 2012 waren we eraan toe om iets nieuws uit te proberen. Een experiment dat niet per se hoefde te slagen. We hadden immers beloond spitsmijden als terugvaloptie. Maar het eerdere doel – uitsluitend minder files realiseren – was niet zaligmakend. We beoogden een duurzame gedragsverandering. Immers, stopt de beloning, dan loop je de kans dat deelnemers weer terugvallen in hun oude gedrag. Experimenteren dus, met een beproefd concept als slag om de arm als het nieuwe initiatief niet werkt.” Die werkwijze staat inmiddels symbool voor De Verkeersonderneming. Naast de need to have ook oog hebben voor de nice to have. Als nieuwe experimenten resultaten opleveren, kunnen dat de need to have’s van de toekomst worden. Op dat moment kun je weer andere nice to have’s uitproberen.

Aanspreken op interesse
“Onze gedachte was: laten we gewoon beginnen. Geen woorden, maar daden. Tijdens twee aanbestedingsrondes in 2013 en 2014 zochten we naar dienstverleners die met hun oplossingen mensen structureel uit de spits zouden halen. We zagen daarbij liever veertig aanbieders die elk honderd spitsmijdingen zouden realiseren, dan één aanbieder met vierduizend spitsmijdingen. Houd je als automobilist niet van die ene oplossing, dan zijn er immers geen alternatieven. Diversiteit vergroot de kans op succes. We leerden ook dat je alle theorieën van consumentenmarketing op mobiliteit kunt toepassen. De één houdt van fietsen (groen), de ander is gevoelig voor voordeel (blauw) en een derde kiest liever comfort (geel). We constateerden tevens dat deze groepen consumenten elkaar ook min of meer opzoeken, bij elkaar in de wijk wonen. Je kunt per wijk dus mensen aanspreken met datgene waar zij interesse in hebben. Gerichte direct marketing bedrijven dus.” Zo werd de Marktplaats voor Mobiliteit gevuld met oplossingen van circa veertig dienstverleners. Zeven daarvan werden uiteindelijk echt succesvol.

De eerste stappen naar MaaS
Inmiddels zijn we enkele jaren verder en is duidelijk wat wel werkt en wat niet werkt. De Verkeersonderneming heeft de Marktplaats voor Mobiliteit doorontwikkeld. In de derde aanbestedingsronde die over de hele Rotterdamse regio ging,  werd de stap gezet naar implementatie van  Mobility as a Service. We gingen op zoek gegaan naar consortia van dienstverleners die niet alleen diverse diensten aanleverden, maar via wie je als klant ook je reis kon boeken, plannen en uiteindelijk ook betalen. Daar is de MaaS-provider TURNN uitgekomen. En om tegelijkertijd diversiteit en innovatie niet uit het oog te verliezen is in een parallel traject het Mobility Lab ontwikkeld.”

In de MaaS-implementatie staat voor De Verkeersonderneming de gebruiker centraal. “En dus willen we weten of voor Rotterdammers MaaS meer is dan de rivier door hun stad. Daarom starten we medio dit jaar een MaaS-proef met 100 huishoudens, qua diversiteit samengesteld zoals Rotterdam momenteel is samengesteld, om te leren wat de verschillende Rotterdamse doelgroepen in brede zin aan MaaS zouden kunnen hebben. Hierbij staat de mensgerichte benadering centraal en eens even niet de systeembenadering”, aldus Stevens.

Sociale kant van mobiliteit
“Het is opmerkelijk wat je kunt leren van het doen van experimenten, waarin de gebruiker centraal staat en zelf ook betrokken wordt. We constateerden bijvoorbeeld dat niet iedereen die aan de file bijdraagt ook werkelijk uit de file wil. Sommigen vinden het prima om wat langer onderweg te zijn, om na het werk tijd te nemen voor omschakeling naar privé. We leerden ook dat mobiliteit meer is dan het oplossen van files. Je zou kunnen zeggen dat het oplossen van files te maken heeft met het economische aspect van mobiliteit. Belangrijk, want de stad groeit. Er zijn echter ook nog sociale en culturele aspecten.

Mobiliteit zorgt er voor dat je kunt deelnemen aan processen in de samenleving. Dat je naar een sollicitatiegesprek ver weg in de haven kunt gaan of naar een verder gelegen sportclub. Stichting De Verre Bergen ontdekte dat niet alle kinderen in Rotterdam de kans krijgen om volop te genieten van alles wat er hier plaatsvindt. Uit gesprekken met mensen uit het onderwijs blijkt, dat sommige kinderen amper de wijk uit komen. Onder de naam Buzz010 stelden ze daarbij touringcarbussen beschikbaar voor schooluitjes. Hun motto was: elk kind heeft recht op één excursie per jaar. Kinderen staken tijdens die uitjes van alles op over kunst, cultuur, natuur of sport. We gebruiken dit soort voorbeelden als inspiratiebron voor meer sociale mobiliteitsprojecten.”

Mobiliteitsgeluk geven
“Het zou dus mooi zijn als je bij mobiliteitsproblematiek ook het sociale aspect kunt oppakken. Voor je het weet hoeft dat niet heel veel extra geld te kosten. Denk aan het organiseren van een soort social return systematiek. Marktpartijen die met hun diensten geld verdienen aan het oplossen van de problemen die dikke vervoerstromen hebben, zouden met een deel van dat verdiende geld als een soort social return ook enkele, sociale kanten van mobiliteit ter hand kunnen nemen. Neem de aanbesteding van openbaar vervoer. Daar gaat veel geld in om. Het combineren van aanbestedingen van openbaar vervoer en WMO-vervoer kan zo efficiënt zijn dat ook dunne vervoersstromen beter van vervoersmogelijkheden voorzien kunnen worden. Denk aan het openbaar vervoer dat landelijke gebieden of het havengebied nauwelijks aandoet. Zo kun je met elkaar een beter land maken, mensen mobiliteit geven. Of beter gezegd: mensen mobiliteitsgeluk geven. Mobiliteitsgeluk betekent het plezier van de reis bevorderen, voor meer mensen de toegankelijkheid van bestemmingen vergroten en de kwaliteit van het stedelijk milieu verbeteren. De ambitie past overigens ook bij het beleid van de overheid: participatie van mensen bevorderen. In de collegeprogramma’s van diverse grote steden staat niet de bestrijding van files op nummer één, maar de participatie van hun inwoners. Het is een kwestie van inkoppen van een bal die al aan het rollen is. Geen woorden, maar daden.”

Met mensen praten
De mens centraal zetten dus. Niet alleen files oplossen, maar vooral ook zaken rond mobiliteit creëren waar mensen behoefte aan hebben. “Daarbij moet je ook naar de vorm kijken. Nog te vaak praten we over mensen, niet met mensen. We moeten een vorm vinden die het mogelijk maakt met werkgevers, werknemers, bewoners en bezoekers te praten. We moeten af van de zaaltjes met inspraakavonden. In die gevallen kun je als betrokkene voor hooguit vijf procent een plan beïnvloeden waar eerder al veel ambtenaren lang over hebben nagedacht en dat allerlei procedures in diverse organisatie heeft doorlopen. Nee, je moet een systematiek bedenken waar mensen aan de voorkant van die processen komen te staan. Luister naar de stem van het volk. Die kun je niet meer negeren.