60 minuten reizen is een wetmatigheid

Door de coronacrisis zijn de mobiliteitsvraagstukken die De Verkeersonderneming met haar partners normaal gesproken oppakt, ineens van een geheel andere orde. Mensen stimuleren om ‘anders te gaan reizen’ of bijvoorbeeld het openbaar vervoer eens te proberen: daar liggen nu amper uitdagingen. Deze crisis kan er wellicht wél voor gaan zorgen dat Nederland straks nieuw thuiswerk-gedrag adopteert. Hoe schat Professor Serge Hoogendoorn – Distinguished Professor Smart Urban Mobility – de kansen in op duurzame woon-werk gedragsveranderingen ná deze crisis?

“Ik denk dat die kansen er zeker zijn, maar een revolutie verwacht ik ook weer niet. Aan de ene kant zijn nu veel mensen verplicht aan het Skypen en Zoomen. Dat leidde in eerste instantie – ook in mijn eigen omgeving, waar je zou verwachten dat mensen behoorlijk tech-savvy zijn – tot behoorlijke opstartproblemen. Inmiddels – en dat is toch heel snel gegaan – is het helemaal ingeburgerd en Zoomen we alsof het een aard heeft: thuiswerken en op afstand vergaderen lijkt een groot deel van de werkenden uiteindelijke prima af te gaan.

Toch hoor je van heel veel collega’s dat ze het persoonlijk contact, het praatje bij de koffiemachine, even snel bij iemand binnenlopen, etc., ontzettend missen. Mensen geven in groten getale aan dat ze niet kunnen wachten tot ze weer naar kantoor mogen komen.

Dus massaal thuiswerken na de crisis zit er denk ik niet in, een verschuiving verwacht ik wel. Wat ik ook verwacht is dat mensen niet meer voor een meeting van 60 minuten 1,5 uur in de auto gaan zitten, of zelfs het vliegtuig pakken voor een vergadering van een paar uur in het buitenland. Al kan ik me ook voorstellen dat veel mensen met collega’s op afstand vergaderen makkelijker zullen vinden dan met een relatieve vreemde.”

Maar wat zegt de theorie?
“De wet van de constante reistijd zegt dat we al decennia lang tussen de 60 en 75 minuten per dag reizen. Toename van verplaatsingssnelheid (e.g. door technologische verbeteringen, betere bereikbaarheid) heeft er vooral toe geleid dat we ons over langere afstanden zijn gaan verplaatsen. Volgens deze wet (of liever wetmatigheid) verwachten we dat er (op een of andere manier) substitutie zal optreden: als mensen al meer thuiswerken is te verwachten dat ze bijvoorbeeld (uiteindelijk) verder van hun werk gaan wonen (of een baan accepteren met een langere reistijd), andere activiteiten gaan ontplooien, of misschien zich op andere wijzen gaan verplaatsen.

Maar uiteindelijk zijn dit allemaal verwachtingen die we nader zullen moeten onderzoeken, bijvoorbeeld met (uitgebreid) surveyonderzoek (er loopt al van alles) of (op het moment dat het allemaal achter de rug is) door goed te monitoren. Onlangs kwam het KiM (Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid) met de eerste resultaten van het onderzoek met het MPN panel (Mobiliteitspanel Nederland), waaruit blijkt dat ongeveer 30% van de mensen verwacht vaker thuis te werken en meer op afstand te vergaderen.

Of dit zal leiden tot meer niet-werk gerelateerde of (uiteindelijk) langere werk gerelateerde verplaatsingen is waarschijnlijk. Uit dit onderzoek blijkt ook dat de verwachting dat een deel van de mensen zich anders gaat verplaatsen zal toenemen. Een klein deel zal minder vaak de trein, bus, tram of metro gebruiken. Een groter deel geeft aan na de crisis vaker te gaan lopen of fietsen. De meeste mensen geven echter aan dat de manier van verplaatsen na de crisis hetzelfde is als ervoor.”

Gaan (meer) werkgevers en werknemers nadenken over hun vanzelfsprekende reis-routines naar en voor werk?  Gaan werkgevers mede door de Coronacrisis hun mobiliteitsbeleid aanpassen? 

“Ik denk het wel. Sowieso zullen er in de transitieperiode van de intelligente lockdown naar de ‘gewone situatie’ minder werknemers op de werkplek aanwezig kunnen zijn. In de 1,5 meter maatschappij zal dit betekenen dat een deel van de werknemers voorlopig nog thuis moet werken. De mate waarin dit bevalt en de voordelen die het oplevert (minder files, minder kosten mobiliteit, minder uitstoot, etc.) zal een belangrijke driver zijn om de situatie ook na de crisis in stand te houden. Of de langere termijn effecten (naast de impact van een mogelijke recessie) stand houden is de vraag, maar laat ik hier de hoop uitspreken van wel. Winston Churchill zei het al: “Never let a good crisis go to waste” – laten we hopen – of liever ervoor zorgen – dat we die paar positieve bijeffecten van deze verschrikkelijke situatie overeind kunnen houden.”

 

Over ons

De Verkeersonderneming is in 2008 opgericht door het ministerie van Infrastructuur & Waterstaat, gemeente Rotterdam, Metropoolregio Rotterdam Den Haag en het Havenbedrijf Rotterdam, met als doel het bereikbaar houden van (haven, stad & regio) Rotterdam.